Flexonderwijs
Vanaf schooljaar 21-22 werken we in alle leerjaren met een flexrooster. Dat betekent dat er voor elk vak vaste uren in de week zijn die iedereen met de hele klas volgt – dit noemen we de kernlessen – en dat leerlingen daarnaast eigen keuzes kunnen maken met welke vakken ze de overige uren willen invullen: de flexuren!

Zo kunnen leerlingen iedere week hun eigen rooster samenstellen en extra lessen kiezen voor de vakken die ze lastig vinden, extra huiswerkbegeleiding of juist lessen waarin je verdieping krijgt aangeboden. Leerlingen kunnen  dus zelf keuzes maken, maar ze moeten wel een minimaal aantal flexuren per week kiezen. Zo kun je een vak  op een hoger niveau volgen of je voorbereiden voor een andere leerweg of voorbereiden op de havo-doorstroming naar Han Fortmann (havo-flex)).

Bekijk voor extra toelichting over het flexonderwijs:
1) de flexonderwijs-animatie
2) de flexrooster-folder
3) de vragen over het flexrooster

Uitgangspunten
De flexuren worden dan ingezet op basis van vakgerichte of algemene begeleiding en voor het inhalen van proefwerken. We onderscheiden de volgende categorieën

  • Vkf = vakflex: Vakgerichte begeleiding 
  • Stf = studieflex: begeleiden van de studie-aanpak: leren leren en leren plannen
  • Hwf = huiswerkflex: begeleiding bij het maken van huiswerk in combinatie met in stilte huiswerk maken
  • Pwf = proefwerkflex: het proefwerkinhaaluur
  • Exf = examenflex: begeleiding ter voorbereiding van het examen: => Faalangst begeleiding – auditieve begeleiding
  • Dgf =  digi-flex: begeleiding bij ICT-vaardigheden
  • Haf = havoflex: gericht op de havo doorstroming van mavo2 naar havo3 en van mavo4 naar havo4

JB-actief
Aansluitend op het lesrooster worden er van 15.00 uur tot 17.00 uur verschillende activiteiten georganiseerd. Leerlingen, die dat willen, kunnen of inschrijven of gewoon binnenlopen voor diverse activiteiten en workshops om zo de schooldag ‘superleuk’ af te ronden.

Bijna (t)huiswerkvrij!
Welke van de drie leerroutes leerlingen ook kiezen, je werkt op JB bijna altijd (t)huiswerkvrij.

Dit betekent dat het huiswerk zo veel mogelijk op school gemaakt wordt. En dus niet thuis! Want thuis hebben leerlingen veelal genoeg andere dingen te doen. Bovendien vinden wij dat leerlingen altijd iets moet kunnen vragen tijdens het huiswerk, dat helpt de leerling direct verder!

Daarom
● Krijgen leerlingen op school voldoende tijd voor het maken van huiswerk onder begeleiding van (vak)docenten.
● Zorgen we er samen voor dat het huiswerk af komt,
● En helpen we de leerling daar graag bij!

Maar als een leerling een toets heeft, is wat extra aandacht thuis voor dat vak natuurlijk altijd goed. Daarom noemen we JB bijna (t)huiswerkvrij!

Mentor-tijd
De lesdag start met een mentor-tijd. Op meerdere dagen in de week is er ruimte ingeroosterd voor begeleidingsgesprekken voor leerlingen met de mentor. Het gaat hierbij om begeleiding gericht op het persoonlijke leerproces m.b.t. het maken van de juiste keuzes binnen het flexonderwijs. Daarnaast geeft de mentor ook feedback op de persoonlijke ontwikkeling van de verschillende vaardigheden van de leerling, die als thema in de mentorlessen aan de orde komen.

Mentor-les
Tijdens de mentor-les staat het ontwikkelen en eigen maken van vaardigheden centraal. De thema’s die aan de orde komen zijn: 
Leren leren: het ontwikkelen van studievaardigheden.
Leren leven: het ontwikkelen van persoonlijke en maatschappelijke vaardigheden.
Leren kiezen: het maken van keuzes met betrekking tot vakkenpakket en vervolgopleiding.

Het ontwikkelen van vaardigheden
We dagen kinderen uit om gedurende zijn of haar schoolloopbaan goede resultaten te behalen en het beste uit zichzelf te halen. Daarnaast speelt het ontwikkelen van vaardigheden een belangrijke rol in ons onderwijs. Het leren en ontwikkelen van vaardigheden vinden we belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling van een kind. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat we leerlingen vertrouwd maken met wat er in onze samenleving gebeurt. Kinderen spelen, nu en in de toekomst, immers een rol in die samenleving. Vragen als: Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Wat wil ik voor anderen betekenen? Welke vervolgopleiding ga ik straks kiezen? spelen daarbij een belangrijke rol.

We onderscheiden op Johannes Bosco de ontwikkeling van de vaardigheden op drie domeinen:
Het persoonlijk domein (leren leren), het maatschappelijk domein (leren leven) en het beroepsdomein (leren kiezen).


1. Het persoonlijke domein: leren leren
Belangrijk bij het leren leren is het ontwikkelen van studievaardigheden en leerstrategieën zoals daar zijn:

  • Plannen en organiseren              
  • Werkstuk maken                           
  • Presenteren                                    
  • Samenvatten                                  
  • Memoriseren
  • Onderzoekvaardigheden
  • Gebruiken van informatiebronnen, kaarten en tabellen.             

Dit zijn belangrijke vaardigheden om van leren een succes te maken.

2. Het maatschappelijk domein: leren leven
In dit domein besteden we  veel aandacht aan het zich bewust maken van waarden en normen. Samen met klasgenoten worden activiteiten en opdrachten gedaan, die het besef van ‘goed met elkaar omgaan’ versterken. Voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerling zijn vaardigheden als zelfvertrouwen, doordacht beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en rekening met elkaar houden onmisbaar. Het doel is om op basis van zelfvertrouwen, eigen waarde en respect te kunnen ‘samen leven’ met anderen in een complexe maatschappij. De onderwerpen die bij dit domein aan de orde komen zijn KIC, Burgerschapsvorming en Mediawijsheid.

A. Kracht in Controle (Kic)
Kracht in Controle maakt kinderen bewust van hun eigen  talenten en kwaliteiten. Je ‘kracht in controle’ hebben betekent enerzijds dat je kunt opkomen voor jezelf, maar ook dat je kunt luisteren naar anderen en inlevend kunt zijn. Daar vloeit uit voort dat leerlingen die hun eigen emoties begrijpen en zich kunnen verplaatsen in die van een ander, minder snel pestgedrag zullen vertonen.

  • Naar school gaan is fijn
    Iedereen moet zich prettig kunnen voelen op school. De basis hiervoor is respect, veiligheid en verantwoordelijkheid. Binnen deze normen moet iedere leerling leren zijn of haarpersoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen.
  • Handig Gedrag lesprogramma
    Een belangrijk onderdeel van het lesprogramma Kic is de ‘Handig Gedrag’- lijst: het zichtbaar en meetbaar maken van respect, veiligheid, en verantwoordelijkheid. Aan de hand van deze drie waarden worden de verwachtingen duidelijk die wij op school van elkaar hebben.
  • Web-applicatie
    Om de voortgang van de leerlingen goed te kunnen volgen wordt gebruik gemaakt van een leerlingvolgsysteem. Deze App is benaderbaar via een web-applicatie en biedt onder andere een sociogram, een sociaal-emotionele vragenlijst, informatie voor alle partijen en een competentiemeter (levensvaardigheden). De competentiemeter wordt ingevuld door de leerlingen, ouders en docenten (mentoren). Op deze manier worden alle partijen betrokken bij het leerproces van het kind.

B. Burgerschapsvorming
Burgerschapsvorming is het vormen van leerlingen die actief meedoen aan de samenleving en een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Bij burgerschapsvorming gaat het vooral om de houding en de vaardigheden van de leerlingen. De school is hier een geschikte oefenplaats voor. Er zijn drie domeinen die de kern van burgerschapsvorming op Johannes Bosco zijn:

  • Democratie.
    Door democratie kunnen verschillende opvattingen op vredige manier tot oplossingen komen.
  • Participatie.
    Door een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving en de verantwoordelijkheid ervoor te nemen.
  • Identiteit.
    Door te handelen vanuit je waarden en normen.

C. Mediawijsheid
Mediawijsheid is ook een gespreksonderwerp in de mentor-les. Wat doe je wel en wat doe je niet op het internet? Hoe ga je op zoek naar informatie? En hoe weet je dat die informatie betrouwbaar is? Daarnaast is in de brugklas ook een mediawijsheidproject in samenwerking met de bibliotheek.

3. Het beroepsdomein: leren kiezen
Loopbaanleren (lob)
Op Johannes Bosco is ons hele onderwijs erop gericht om leerlingen te leren goede keuzes te maken voor het leven én te leren een balans te vinden tussen werken en leven. Het leven zit immers vol ervaringen! Op Johannes Bosco streven we ernaar om samen met leerling, mentor, vakdocent en decaan deze ervaringen om te zetten in leerervaringen. Vanuit deze leerervaringen kunnen leerlingen een bewuste keuze maken met betrekking tot hun vakkenpakket, vervolgopleiding en beroepsrichting. Beroepsgeoriënteerde  (mini)stages maken onderdeel uit van het loopbaanleerprogramma.

Op de decanenpagina treft u informatie aan over het loopbaanleren-programma op Johannes Bosco.