Internationale Schakel Klas (ISK)

1. De Internationale Schakel Klas

Het doel van de ISK is om leerlingen zo snel mogelijk Nederlands te leren. Daarna kun je doorstromen naar het reguliere voortgezet onderwijs. De leeftijd van de leerlingen is 12 -16 jaar.

Je gaat naar de ISK als je:
● Nog niet zo goed Nederlands spreekt, en
● Je minder dan 2 jaar in Nederland woont, en
● Je tussen de 12-17 jaar bent.

2. Intake

Als je in Heerhugowaard of omgeving woont, kun je naar de ISK klas van het Johannes Bosco.
Je krijgt een intake gesprek. Een gesprek om je te leren kennen. En we stellen vragen. Je moet ook een toets doen. Dit wordt gedaan op school of bij het AZC in Heerhugowaard. Als je nog niet zo goed Nederlands spreekt, kunnen we een tolkentelefoon gebruiken. Of we praten in het Engels.

3. Onderwijs

Het onderwijsprogramma

De meeste lessen zijn lessen Nederlands als tweede taal. Dat noemen ze NT2. Je krijgt ook andere vakken zoals sport, techniek, talent-uur, rekenen, beeldende vorming en Engels.

In de lessen Nederlands leer je ook over Nederland en Nederlandse gewoonten. En ook over de Nederlandse cultuur en feesten. Zoals bijvoorbeeld Kerst of Sinterklaas. Maar we leren ook over feesten en gebruiken van andere landen. En we kijken elke dag naar het Jeugdjournaal.
Bij talent-uur ontmoet je ook leerlingen uit andere klassen.

Onderwijs op niveau

In de ISK klas zijn leerlingen die al goed Nederlands spreken. Er zijn ook leerlingen die nog geen Nederlands spreken. Daarom krijg je lessen die passen bij jou. Je werkt in je eigen tempo. En je werkt met je eigen materiaal. Ook werk je met een laptop. Soms werk je alleen en soms werk je in een groepje. In de klas praten we Nederlands.
Je kunt vanaf het moment dat je in Nederlands bent, 2 jaar naar de ISK. Daarna ga je uitstromen naar een andere school.

4. Uitstroom

Wanneer je aan het einde komt van je leertraject, stroom je door naar een passend vervolgtraject. Waar wordt naar gekeken?

•       hoelang heb je in de ISK klas gezeten;
•       wat is je niveau voor Nederlands, rekenen, Engels;
•       wat is je leeftijd;
•       hoe is je gedrag, inzet en motivatie;
•       soms vragen ze om een IQ test;
•       hoe lang ben je in je eigen land naar school geweest.

Woorden uitleg     

Het doel:                                                      wat je wilt of kunt bereiken.
Doorstromen:                                            je gaat door naar een andere klas.
Het reguliere voortgezet onderwijs:  een klas op school, bijvoorbeeld een basis/kader klas.
De omgeving:                                            in de buurt van. Bijvoorbeeld een dorp bij Heerhugowaard.
De tolk:                                                         iemand die jouw taal spreekt en ook Nederlands.
Nederlands als tweede taal:                 je leert de Nederlandse taal in Nederland.
Beeldende vorming:                                 je leert mooie dingen maken.
Talent-uur:                                                  je kunt hier iets nieuws leren wat je leuk vindt. Of waar je goed
                                                                        in bent. Bijvoorbeeld tekenen, dansen, zingen of sport.
Gewoonten:                                               iets wat mensen altijd doen.
Het Jeugdjournaal:                                  het nieuws voor jonge mensen.
Het tempo:                                                  hoe snel je iets doet.
Het materiaal:                                           waar je mee werkt, bijvoorbeeld een boek.
De lesstof:                                                   wat je moet leren.
Het groepje:                                                een paar leerlingen samen.
Uitstromen:                                                je gaat door naar een andere school.
Leertraject:                                                 wat je leert in de jaren dat je op deze school zit.
Vervolgtraject:                                          wat je daarna gaat leren en doen.