20 mei 2021

Gymnasiasten ‘op excursie’!

Volgens de jaarplanning zitten de excursieweken er weer op, al heeft jammer genoeg geen enkele klas vanwege de omstandigheden een leuke en leerzame dag buiten school kunnen beleven. Gymnasium 2 en 3 zouden normaliter gezamenlijk naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden gaan, gymnasium 4 naar het Paleis op de Dam en het Allard Pierson in Amsterdam. Helaas!

Maar het Rijksmuseum van Oudheden kwam met een creatieve oplossing en biedt nu online interactieve rondleidingen aan voor scholieren. Het proberen waard: de leerlingen van Gy2, 3 en 4 mochten deze rondleiding per klas op 21 april meemaken, en waren blij met dit alternatief. Een museumdocent toonde digitaal objecten in het RMO en was uitvoerig in gesprek met onze leerlingen in de klas en online. Hieronder een verslag van Perla Bijwaard, Cas Dekker en Annarieke Mol uit gymnasium 4.

Op 21 april 2021 kregen de leerlingen van V4ltc en V4gtc een interactieve en virtuele rondleiding in het Rijksmuseum van Oudheden. Helaas konden de leerlingen niet zelf het museum bezoeken in verband met Covid-19. Daarom waarderen zij het zeer dat zij toch op deze manier een klein stukje van het museum hebben kunnen zien.

De rondleiding begon met een klein beeldje (foto 1) gemaakt rond 3000 v.Chr., waarvan de leerlingen moesten raden wat het moest voorstellen. Het beeldje bleek een menselijk bovenlichaam te zijn, dat zich in latere eeuwen duidelijker ontwikkelde. De Grieken wilden later namelijk dingen steeds natuurgetrouwer maken. De leerlingen hebben samen nagedacht over archeologisch onderzoek: hoe kom je erachter wat het gevonden voorwerp moet voorstellen? Zo hebben zij de volgende onderzoeksmethoden bedacht: het voorwerp vergelijken met andere objecten; de plaats van de vondst nader onderzoeken; de aardlaag nader onderzoeken; geschreven bronnen raadplegen.

Vervolgens bestudeerden zij een Archaïsche Kouros (foto 2). Helaas was deze Kouros nogal versleten, omdat deze vroeger als fontein werd gebruikt. Toch herkenden zij deze aan de amandelvormige ogen, slakkenhuiskrullen en de Archaïsche glimlach. Echter hebben zij ook iets nieuws geleerd. De Grieken leidden hun beelden af van de Egyptische beelden. Bij de grote beelden die de Egyptenaren maakten, leek de afgebeelde Farao verdrietig tot zelfs depressief. Door de mondhoeken omhoog te brengen, losten de Egyptenaren dit probleem op. De Grieken namen deze stijl klakkeloos over. Ook bij kleinere beelden pasten zij deze glimlach toe, waar een Archaïsche glimlach helemaal niet bij nodig was. Of de Grieken wisten wat de reden was voor deze kenmerkende glimlach, is echter niet bekend.

Daarna bewonderden zij “de Peelhelm” uit de Nederlandse Romeinse tijd (foto 3). Deze gouden helm is (samen met munten uit de tijd van keizer Constantijn de Grote, leren sandalen, textiel, een leren lap, paardenbelletjes en -sporen) gevonden in het moeras van de Brabantse Peel. De leerlingen hebben nagedacht over hoe zo’n kostbare helm in een moeras in De Peel is beland. Zo zijn er allerlei verschillende ideeën bedacht: de soldaat zou in Peel gesneuveld zijn; de soldaat zou hier begraven zijn; de tas met spullen is weggezakt in het moeras. Er werd verteld dat er, na uitgebreid onderzoek, echter geen enkel bot gevonden is. Daarom denkt men dat de Peelhelm afkomstig is van een officier, die zijn tas met helm en al in het moeras heeft gegooid en zo aan de Goden heeft geofferd. Verder hebben de leerlingen geleerd dat munten de zegen van archeologen zijn. Op munten werd namelijk de kop van de keizer afgebeeld. Zo kunnen archeologen erachter komen uit welke tijd de munten, en andere voorwerpen die bij de munten lagen, stammen. De Peelhelm zou uit de 4e eeuw n.Chr. komen, vanwege de munten waar keizer Constantijn op afgebeeld staat.

Tot slot bekeken zij een Latijnse inscriptie op een askist (foto 4). Het grafschrift luidt: Acilia Hygia V A XIX (naam gestorvene + leeftijd). Op deze askist lazen zij: Acilia Hygia, heeft 19 jaar geleefd. Er bleek in de klassieke oudheid veel kindersterfte te zijn. Ook werd de gemiddelde mens maar 30 tot 40 jaar oud. Bovendien leerden de leerlingen dat het voor de Romeinen zeer belangrijk was om herinnerd te worden. Hoe rijker de persoon, hoe imposanter het grafmonument. Dit soort grafmonumenten had meestal een uitgebreide inscriptie, waar bijvoorbeeld de functie van de persoon en zijn wensen opstonden. Verder werd er vaak vermeld op grafmonumenten of askisten dat iemand een vrijgelaten slaaf was. Begrafenissen van slaven die nog in dienst waren, werden vaak geregeld door hun meester.

Na een uur was de rondleiding afgelopen. De leerlingen van V4ltc en V4gtc hebben erg genoten van de rondleiding en stellen het zeer op prijs dat zij toch nog een stukje van het Rijksmuseum van Oudheden hebben kunnen zien.